Reisverslag Turkije

Reisverslag Turkije

Zaterdag 18 augustus 2001: Arrivé

 

 

Goed gearriveerd en we nemen zowaar onze intrek in Hotel Side Star, vier sterren. Nieuw hotel, propere maar zeer kleine kamers. Om 19 uur is er een avondbuffet, ik bel direct naar mijn werk om de deurgaten te vergroten, want met zoveel lekkers geraak ik binnen 10 dagen niet meer binnen. We zijn om vier uur in de morgen thuis vertrokken en tegen de avond regent het werkelijk pijpenstelen in Side, morgen zal het, en dat weet ik zeker want ik schrijf dit stukje nu en nu is het reeds zondag, bloedheet zijn.

Het zijn harde tijden voor de Turkse medemens, de Turkse Lira is in een duizelingwekkende vaart gedevalueerd, maar de rijke westerse toeristen die wij zijn, doen daar zeker voordeel mee: wie hier in Turkse lira betaalt, betaalt een habbekrats voor spijs en drank. Zij die in Deutsche Mark of in Belgische Frank betalen, betalen duidelijk meer. Het is dan ook verstandig om uw franken in België om te wisselen in DM en om ze dan in Turkse Lire bij de Turkse PTT te ruilen voor Turkse Lira, de Turkse post geeft naar ’t schijnt de beste koers. Er zijn ook ATM’s maar de commissie die men aanrekent zullen we pas bij de terugweg zien. (De commissie bleek achteraf 200 fr)

Telefoneren bij de post is ook zeer goedkoop, zeker in vergelijking met in het hotel: we belden twee minuutjes naar België bij de post voor 30 Fr, in het hotel is het per minuut 100 Fr.

Voor alle duidelijkheid: we zijn met 12 personen: de oma, drie koppels met kinderen van 12, 8, 5 en 2 jaar. Onze lieve oma trakteerde de vlucht, het hotel met half pension.



Zondag 19 augustus 2001: Weg van het reservaat!

 

Na het ontbijtbuffet, zeer uitgebreid alweer, ja dank u, werkelijk zeer letterlijk ‘des guten zuviel’, begeven we ons naar het centrum van Side.

Ik zit met een paar vragen, we zijn voor tien dagen in een toeristenreservaat, een soort Blankenberge aan de Egeïsche kust, dat vinden onze rakkertjes van kinderen superfijn, maar mams en paps willen wel een beetje van het authentieke Turkije zien, of wat dacht u. We doen dat een keer via het commerciële circuit, voor morgen boeken we een terreinwagentocht naar het Taurusgebergte, 50 DM.

Ook onze touroperator Jetair biedt deze tocht aan maar wel voor het dubbele van de prijs. Jetair biedt wel een Nederlandstalige gids aan, we zullen het moeten stellen met een Engels- maar vooral Duitstalige.

Onze oma en het koppel met de kleinste kinderen blijven thuis, dat komt goed uit want dan kan ik met vrouw, schoonbroer en schoonzus met de jeep voor een dag het Turkse binnenland in. De foto’s in het Turkse kantoortje zien er alvast veelbelovend uit.

Tevergeefs zoeken we die dag ook het Toerist info kantoor in het centrum van Side, deze blijkt een end uit de stad te liggen; we hebben al een paar kilometer gewandeld, het is bloedheet, we zitten nog met vragen maar die stellen we gewoon aan de Engelssprekende locals. Zo komen we te weten dat er een echte hammam is juist buiten het centrum van Manavgat, waar je makkelijk met de dolmuş naar toe kunt. Verder vinden we in zijstraatjes van het centrum ook een internetcafé. De pc’s lijken van de vorige eeuw, en dat zijn ze zeker ook. Deze avond wagen we het erop.

Dé ontdekking van de dag zijn enkele vriendelijke Turkse mensen die een restaurantje in open lucht uitbaten. Ze hebben een houtoventje waar ze pizza’s op maken, een soort Berberhut waar je kunt zitten en drie versleten tafels onder een vijgenboom. Niet moeilijk te vinden, vanaf hotel Side Star van de zee weggaan en dan op het einde van de straat rechtsaf. Deze mensen zijn enorm vriendelijk en het eten is er enorm goedkoop: een halve liter bier kost er 30 Fr en een pizza ook. Voor 300 Fr aten we er een pizza, een pannenkoek, vijf pinten bier, twee cola’s, twee thees en we kregen er nog vijgen rechtstreeks van de boom en stukken meloen bovenop. Deze mensen drongen zich ook niet op, wat niet van de tenten naast het strand kan gezegd worden, en het is er ook zeer rustig zitten. "Poor hygienical conditions" zo zou de Lonely Planet zeker over dit keetje schrijven.

In de avond nog een wandelingetje gemaakt naar het centrum, postkaarten gekocht à 10 voor 1 Mark. Ook een jeeptocht geboekt voor overmorgen. Nadien mijn post opgehaald in een internetcafé (tweede straat links vanaf het amfitheater richting zee). Het surfen ging zo tergend traag of zelfs niet, de vriendelijke mijnheer zal ons niet meer terugzien. Per half uur betaalden we 45 Fr

 


Maandag 20 augustus 2001: Marchée, marchée

 

Vandaag de Dolmuş genomen naar Manavgat, alwaar het op maandag en donderdag markt is. Voor 15 Fr rijden we van Side naar Manavgat en we moeten nooit langer dan 5 minuten wachten op deze schitterende vorm van openbaar vervoer in Turkije. Meest tipico op de markt zijn de inlandse vrouwen, zonder uitzondering gesluierd, die hun groenten –en fruitwaar komen slijten in de bazaar, maar ze willen absoluut niet gefotografeerd worden. Aardig wat T-shirts gekocht aan 80 Fr ’t stuk, en ook een paar leuke handdoeken voor de kids. Het hoogtepunt van de dag was een bezoekje aan de barbier. Voor 60 Fr een goede scheerbeurt, massage inclusief, de haartjes van rond de oren weggebrand, die in de neus geknipt, achter in de nek geschoren, het kon niet op. Toen de coiffeur als een volleerde kraker ook nog mijn nek eens een woeste wrong gaf, was ik niet zo zeker meer nog heelhuids van de comfortabele stoel te komen.

Was het daardoor dat ik me alsmaar suffer voelde en duizelig begon te voelen? Of had ik ook de Turkse variant van de tourista waar de helft van de familie was mee opgestaan? Een goede raad voor alle reizigers: maak dat het volgende medicijn altijd in je reiskoffer zit: Immodium Instant Dit is nieuw en krachtiger dan Immodium. Ikzelf heb deze pillen vergeten en voel me koortsig worden: hopelijk is het morgen beter!

Steeds valt het op hoe het toerisme hier op de Duitsers gericht is, ik heb ooit gelezen: vroeger veroverden de Duitsers de wereld met hun wapens, nu met hun geld. Na enkele dagen komen de ‘Bitte schön’ , de ‘Liebe Gäste’, en de ‘Vielen dank’ me de strot uit en verlang ik ernaar nog eens als niet Germaan benaderd te worden. Tevergeefs.

’s Avonds troost ik me met ‘Drie zusters in Londen’, een schitterend boekje van Eric De Kuyper waardoor ik deze superbe schrijver zijn hele oeuvre gelezen heb! Eine Glanzleistung!

 


Dinsdag 20 augustus 2001: Jeep, jeep, beep, beep!

 

Om negen uur staat de dolmuş voor ons hotel al klaar voor een terreinwagentocht: weer met ontzettend veel Duitse medemensen, ook enkele Hollanders en zelfs enkele Russen. We krijgen een Suzuki Samoerai onder de benen geschoven en begeven ons richting Manavgat alwaar we via aardewegen direct richting Taurusgebergte trekken. We zijn met 5 jeeps en onze colonne stopt een eerste keer bij een oude Romeinse brug met van die sierlijke bogen. De paden liggen er soms zeer slecht bij en we worden serieus heen en weer geschud in onze Samoerai.

We rijden door afgelegen Turkse dorpjes waar we ook iets drinken, waar de bok tegen de toog zeikt en de wc uit enkele samengevouwen kartonnen dozen bestaat. Het drinken op deze tocht is zonder uitzondering duur: voor een drankje betalen we zelden minder dan 40 Fr en de Turkse cai is hier nergens te verkrijgen.

We bezoeken ook Seleukeia, een ruïnestad te midden van de bossen. Dan rijden we nog hoger de bergen in naar de stuwdam richting Sirköy. Nog hoger heb je een schitterend zicht over het stuwmeer. De stuwdam is gebouwd door een Turks-Duitse onderneming, men heeft er 7 jaar aan gebouwd en er lieten 27 mensen het leven bij. Het project komt tegemoet aan de stijgende vraag naar elektriciteit van de kust rond Side en levert water aan Syrië en Israël! We rijden terug een paar kilometer lager en daar kan iedereen die het wil een frisse duik in het meer nemen: temperatuur van het water is 10°C! Weinigen wagen de sprong maar uw dienaar kon een paar strandpantoffels lenen van de Turkse begeleider en zich zo op de keien begeven voor een duikje in het meer. Aanvankelijk schreeuw je het uit van de pijn van het koude water maar eens je lichaam zich aan de bijtende kou aangepast heeft is het echt een sensatie! Net zo leuk als na de sauna in een ijskoud bad springen.

De hongerige magen worden in een Turks etablissement gestild waar er keuze is tussen kebab, kip en forel. De forel met de rijst, het slaatje en enkele frieten erbij smaken ongelooflijk goed. Om het eten te laten zakken is er nog een boottocht op het meer naast het restaurant. De kapitein vaart naar de andere oever van het meer en daar kan men een halfuurtje zwemmen in het kraakheldere water. De grootste macho’s nemen een duik van het bovendek.

De jeepcollonne maakt een laatste stop bij de watervallen van Manavgat, langs de niet-commerciële oever, (zie donderdag). Uw dienaar is er als de kippen bij om in de stroming van het frisse, heldere water te gaan liggen. Het frisse water dat uw zonverbrande huid verkoelt is echt een gigantische belevenis. Rond zes uur zit de tocht erop en we geven onze Turkse ‘Reiseführer’ nog een leuke fooi: hij deed het heel goed en heeft het verdiend.

Gedurende de tocht hebben we heel wat stof gewreten en zijn we in echte zwarte pieten veranderd. Na een douche op het strand, een duik in de zee, en een douche op ons kamer is alle stof zo goed als verdwenen en doen we ’s avonds nog een terrasje. Omdat het Turkse bier hem de oren uitkomt meent uw dienaar zich tegoed te moeten doen aan een serie cocktails en dat zal zijn maag het morgenvroeg zonder twijfel bekopen!

 

 

 

 

Woensdag 22 augustus 2001: Een tijger van een kater

 

Een zere maag bij het opstaan. Ook nog duizelig en krampen in de buikstreek. Alle moed bijeen geschraapt en op stap gegaan naar het Archeologisch museum van Side. De entree bedraagt omgerekend 120 Fr, de kinderen komen er gratis in. We zien mooie torso’s uit de Romeinse tijd, de drie gratiën, de oude Romeinse badhuizen, het museum is een bezoekje waard en heeft ook nog een mooie tuin. Het is weer bloody hot

en in het centrum kopen we nog wat kleren voor de kids. Morgen zal ik ontdekken dat de kleren in Manavgat nog goedkoper zijn, ofschoon minder modieus.

In de namiddag word ik nog zieker en ben ik verplicht een paar uurtjes te rusten. Ook s’avonds voel ik me niet lekker en schrijf ik enkel mijn dagboek op mijn portable. Juist voor ik wil afsluiten is de batterij van het computertje blijkbaar leeg, ik heb niets gesaved en mag helemaal opnieuw beginnen. Frustrerend!

 

 

Donderdag 23 augustus 2001: Op de plee en weg ermee!

 

Met een bang hartje aan de dag begonnen. Bij een eerste bezoek aan het toilet, ik zal u lieve lezer de details besparen, maar hetgeen in normale omstandigheden een zeer vaste vorm moet hebben was deze keer uiterst vloeibaar. Ik vat al mijn moed samen en ga een eindje het strand richting Side waar ik een beter internetcafé gevonden heb. De merde is de men er slechts één pc heeft, het voordeel daarvan is weer dat ik mijn URL’s die ik vaak bezoek kan bookmarken. Gelukkig zit er nu niemand en ik lees met veel plezier enkele reacties op mijn reisverslag van Toscane.

Ik voel me nog altijd ziekjes en duizelig en maar geniet toch met volle teugen van een zonnebad aan het zwembad. Ik wentel me in de zonnestralen en lig te knorren zoals een kat wanneer ze het bijzonder naar haar zin heeft. Maar na een paar uur ben ik altijd ‘fed-up with the pool’ en ik besluit een uitstapje naar Manavgat te wagen. Via via heb ik gehoord dat je beter Turkse medicijnen slikt tegen buikloop daar deze speciaal de hier heersende kiemen bestrijden. Ik schrik wel van de prijs want voor twee doosje pillen betaal ik 450 Fr. Turkse mensen kunnen maar beter niet ziek worden. Ik slik vier pilletjes door met een glas cola dat ik voor 15 Fr koop aan een Turks barakje, in het hotel waar we logeren betalen we vier keer meer.

In Manavgat slenter ik bijna twee uur onafgebroken rond. Ik zie een winkeltje met tweedehands boeken en koop er een Turks-Engels woordenboekje voor 30 Fr ook al staat het minder dan de helft geprijsd. Ik neem nog een foto van het verkoopstertje, ze is schat ik 12 jaar, heeft gitzwart haar, grote mooie donkere ogen en tovert voor mijn camera een prachtige glimlach die voor gans mijn leven op mijn netvlies zal gebrand staan. Ik vraag me af: waarom kijken alle mensen bij ons toch zo zuur? Deze mensen hebben bijna niks en overal waar we passeren lopen de kinderen ons achterna en zien er zonder uitzondering stralend uit. Op de jeepsafari maakten we het ook mee: wanneer we de kleine dorpjes passeerden gingen alle kinderen uit de bol van enthousiasme en hun heldere ogen hadden een vuur dat onze mensen eigenlijk niet meer hebben. Een herinnering van een maand geleden schoot me te binnen: ik was in een ‘good mood’ net terug uit Italië om broodjes geweest bij de bakker om de hoek: de zes klanten in de winkel hadden zonder uitzondering doffe ogen, een humorloze uitdrukking, en de trekken rond hun mond verraadden dat ze direct na het opstaan minstens een glas azijn hadden gedronken. Ik had zoals gewoonlijk zin om een beetje te ‘joken’ maar voelde direct aan dat geen van die lieden daar ook maar enigszins open voor stonden. Hoe is het mogelijk?

Dan was het in Manavgat anders. Een arkadaş wilde me binnen lokken in een restaurant. Ik maakte duidelijk dat ik geen trek in kebab had maar wel dringend moest plassen. Geen probleem, hij leidde me naar een stulpje met een krakkemikkige deur vlak naast de toog. Wanneer ik buiten kwam stond hij lachend al met de fles reukwater klaar en besprenkelde overvloedig mijn handen. Het mooiste was dat dit allemaal zonder commerciële bijbedoelingen was.

E ven later zag ik een paar mooie namaak T-shirts hangen. Op slag stonden in het winkeltje vier enthousiaste verkopers naast me. Ik kocht er nog een short bovenop en betaalde meer dan de (voor Turken) aangegeven prijs, maar naar Belgische normen drie keer niks. Om de koop te beklinken boden deze mannen me nog een heerlijke thee aan wat ik natuurlijk niet weigerde. Met mijn zopas aangeschafte woordenboekje trachtte ik het gesprek op gang te brengen. Niet zo makkelijk, want hun Duitse woordenschat was al even beperkt als mijn Turkse, let’s say een woord of zes. Aan hun intonatie te merken had ik in de gaten dat ze een vraag stelden maar de vraag was welke vraag. Na veel heen en weer geblader in het woordenboekje had ik in de gaten dat ze wilden weten wat ik als beroep deed, ik meende te verstaan: ‘ich verkaufe hosen en jij?’ maar dat laatste dan in het Turks. Helpdeskmedewerker zou voor mijn tandeloze vrienden ongetwijfeld nogal ingewikkeld geklonken hebben en ik antwoordde dan ook: ‘arbeiten mit computer’. Ze keken me aan alsof ze van het Lam Gods geslagen waren en begrepen in de verste verte niet wat ik bedoelde. Mijn woorden met gebaren kracht bijzettend deed ik alsof ik op een pc-klavier tokkelde. ‘Elektronik’ riep de schranderste van allemaal en gemakkelijkheidshalve beaamde ik maar volmondig.

Wat verder vond ik een authentiek theehuisje van een paar vierkante meter groot. Maandag had ik op de markt 3 miljoen Turkse Lire betaald voor een kopje thee, ik had nl niet eerst de prijs gevraagd. Ik beklaagde me erover bij mijn Turkse gastheer en prompt toonde hij mij zijn prijslijst aan de muur: een theetje stond 150.000 TL geprijsd: 20 keer minder. We dronken er samen ééntje en ik gaf hem 250.OOO. Nadat ik te kennen gaf van mijn stoppelbaard verlost te willen worden nam hij me mee naar zijn huiskapper die me tegen een schappelijke prijs scheerde en overvloedig besprenkelde met heerlijk reukwater.

Ik wou ook de watervallen in Manavgat wel eens van de andere oever zien en voor geen geld raakte ik er met de dolmuş. Omgerekend 15 Fr entree bracht me binnen in een zeer toeristisch domeintje met kraampjes als was het een Vlaamse kermis. Ik kocht er twee prachtig geweven bladwijzers voor mijn kinderen voor 1 mark ’t stuk. Met mijn sandalen aan stapte ik even door het frisse water.

Ik vond het welletjes geweest en wou graag terug naar mijn familie in het hotel. Ideaal moment om eens uit te testen wat met een zekere verwondering in andere reisverslagen had gelezen: dat liften in Turkenland als een fluitje van een cent ging. Overmoedig begaf ik me naar de kant van de weg om daar te constateren dat er in tien minuten welgeteld twee (overvolle) auto’s passeerden. Tot na nog vijf minuutjes wachten een nochtans goed gevulde Renault 12 (!) stopte. Na een goedgemeende ‘Merhaba arkadaş’ gaf de copiloot te kennen dat ik zonder probleem mee kon naar Side, 10 kilometer verder. Deze ‘arkadaş’ werkte in de kolenmijnen in Duitsland zodat het communiceren wat vlotter ging dan met de andere jongens in deze mooie old-timer. Vriendelijk gaf ik te kennen dat ze me niet tot voor de deur van mijn hotel moesten voeren en ze dropten me ........300 meter ervoor.

 

Vrijdag 24 augustus 2001: Broeierig heet, stof en drukte, olé!

 

Vandaag gaat het per dolmuş naar Manavgat en verder met de bus naar Antalya. We kopen in het autobusstation van Manavgat een retourtje. De goed airconditioned bus brengt ons in anderhalfuur in Antalya. Antalya heeft een reusachtig groot nagelnieuw busstation dat er heel modern uitziet: marmeren vloeren, mooi parkje er rond. Nadeel is wel dat deze terminal nogal ver buiten het stadscentrum ligt en je toch nog de bus moet nemen naar het centrum. I like Antalya: de grootstad, de verzengende hitte, het drukke verkeer, de beweging, de schoenenpoetsers, de maïskolvenverkopers, de mierennest van mensen, de overvolle dolmuşen, de tapijtenverkopers, de caihuizen, de mooie jonge meisjes met een kort topje naast hun leeftijdsgenootjes met een lange jas en hoofdoek.

We shoppen nog een garderobe bijeen, de school staat voor de deur en de prijzen voor elke vorm van textiel zijn overal in Turkije en à fortiori in de grootstad uitermate laag. Een bezoekje het oude stadsdeel mag natuurlijk ook niet ontbreken. Wat ligt dit deel van de stad met zijn vele goedkope hotelletjes voor ‘backpackers’ er vervallen bij! Een eindje meer naar de haven toe lijkt het wel dat half Antalya een souvenirswinkeltje heeft. Ik zie er ontzettend leuk beschilderde doosjes, zij lijken wel van ivoor, maar ik heb daarnet bijna al mijn centen opgedaan.

We lopen wat verder het Karaalioğlu Park binnen. Het is een fraai park met mooie Palmbomen. Het is er heerlijk toeven onder de pijnbomen. De zittingen van de schommels zijn zonder uitzondering van oude autobanden gemaakt. Wanneer u in de zee kijkt ziet u hier het Taurusgebergte volledig in de mist verhuld. Prachtig zicht.

We besluiten het oude stadsgedeelte te verlaten en een dolmuş naar de Düdenwatervallen te zoeken, zo’n een zes kilometer buiten de stad. Het wordt een lange zoektocht. Het asfalt van de straten dampt van de hitte, het verkeer is hels maar ik hou wel van zo’n confusie. Na vele keren vragen vinden we een dolmuş naar de watervallen rechtover Start Hotel. Vijftien jaar geleden bezochten we deze watervallen al eens en het blijft een echte aanrader. Het domein is eigenlijk veel mooier dan het park rond de watervallen in Manavgat. Het is er zeer mooi van natuur en je kunt er heerlijk in wandelen. Ik ben echter al serieus oververmoeid na al dat stappen in Antalya en voel bijna mijn benen niet meer.

Aan de uitgang van de waterfalls hebben we een incident. Er staat een groepje Turken met drie kamelen, waaronder één grappige met een hoed! Onze kinderen zijn natuurlijk direct verkocht voor een ritje. Ik vraag de prijs en de drijver zegt één miljoen (30 Fr). Ook mijn schoonzus doet een tochtje met haar zoontje. Daarbij laat ze zich door de drijver fotograferen met haar eigen (dure) camera. De ritjes duren amper vijf minuutjes en als het op betalen aankomt vragen de Turken vijftien miljoen (450 Fr). Ze willen ook de camera niet teruggeven. Mijn schoonzus betaalt uiteindelijk 10 miljoen. Ikzelf schiet me in een Franse colére en zeg dat ze zich aan de afspraken moeten houden. Zij beweerden dan weer dat het één miljoen was voor een foto te schieten. Uiteindelijk betaal ik vijf miljoen maar voel me toch wel opgelicht.

We zijn bestoft, uitgeput, oververmoeid, duizelig van de hitte, en willen terug naar ons hotel. Eerst moeten we wel nog naar het mooie en moderne busstation van Antalya geraken, want we moeten met dezelfde maatschappij terug vermits we een retourkaartje gekocht hebben. Een arkadaş-buschauffeur wenkt ons en zegt dat hij naar de ‘terminal’ moet vanwaar je naar Antalya kunt. Dat past! Na enkele kilometer rijden dropt hij ons in een oud stoffig busstation dat in de verste verte niet lijkt op onze hypermoderne terminal waar we in de morgen zijn afgestapt. We vertellen hem dat ook en hij beweert dat het echt geen probleem is want dat er nog wel dolmuşen een paar straten daar verder aan de drukke ring zullen passeren naar de hypermoderne terminal. Oververmoeid staan we langs de kant van een drukke stoffige viervaksbaan met druk verkeer, met veel bussen en veel dolmuşen maar met geen die onze richting uit moet. Ik begin de ‘confusione’ nu toch wel wat minder plezant te vinden. Het is rond vijf uur s’avonds en van enige afkoeling is nog lang geen sprake. We doen de ene bus na de andere stoppen, tientallen dolmuşen maar geen enkele is de juiste. Tot we in de verte toch wel krek dezelfde bus zien aanrijden als deze waarmee we deze morgen van Manavgat vertrokken zijn. We zitten direct op de goede bus naar huis, dat geeft wel opluchting. Ik ben minder opgelucht omdat de bus overvol zit, ik de godsganse rit van twee uur moet rechtstaan en mijn benen en rug geweldig veel pijn doen.

Als kers op de taart slaat een verstrooide c nog de deur van de dolmuş op mijn pink dicht. Mijn kleinste vingertje zit gekneld tussen de autodeur en de deurstijl en ik schreeuw het uit van de pijn. De brave man biedt duizendmaal zijn excuses aan. Gelukkig is er niets gebroken en kunnen we van een platte rust gaan genieten.

 

 

Zaterdag 25 augustus 2001: Rust uit, ontspan en geniet.

 

Ik heb goede herinneringen aan de hammam’s in Tunesië en ik wil hier ook wel eens een bezoekje aan een badhuis wagen. Ik kies voor Hamam Otel Arkaş. Het is werkelijk een pracht van een badhuis met een ongelooflijk mooie zeshoekige zweetkamer. Het verschil met de hammam’s in Tunesië, met hun afbladderende plafonds en verroeste buizen is enorm. Dit is zondermeer een luxe badhuis met mooie marmeren vloer en prachtige mozaïeken aan de wanden. In het midden staat een soort marmeren plateau en de arkadaş van dienst beval me er rückwärts op te gaan liggen. Hier geen stoom zoals in Tunesië, maar de grote marmeren plaat waarop ik lig is naar schatting zo’n 50 à 60 graden. Ik zweet graag en graag veel, ik heb graag dat de druppeltjes zweet beekjes worden en als kabbelende kanaaltjes over mijn huid stromen. Ik begin lekker te ontspannen, ik voel de ‘fatigue’ uit mijn zere benen glijden.

Na een half uurtje beval mijn Turkse vriend me op de buik te gaan liggen. Dit geeft nog een beter effect! Mijn krampengevoelige buik wentelt zich op het warme marmer als een pasgeboren baby-tje tussen zijn mama’s borsten. Ik draai mijn hoofd naar links en zie het zweet druppel per druppel van mijn neus op het knusse marmer glijden.

Daarna volgt een beurt met een ruwe touwhandschoen. Het is indrukwekkend wat voor een vettige troep onze huid afscheidt. Met een reuze washandje, waar hij op de één of andere manier veel schuim in tovert, en dat hij opblaast tot een grote zak, volgt een flinke wasbeurt. De zeep is zacht en geurt heel lekker. Met zijn ruwe handen geeft onze vriend me ook enkele grove massagestrelen en kraakt hij mijn tenen stuk voor stuk.

Eeltbehandeling diende extra betaald te worden en mits het basic pakket al redelijk duur was (na afbieden 600 Fr), was ik nu aan de massage toe. Tot mijn verbazing was er een masseuse van dienst. Een vriendelijke vrouw, een Russin dan nog, van zo’n 50 jaar maar wel met fluwelen handen. Ze deed het echt wondergoed en in dit laatste stadium ben ik pas volledig gaan ontspannen. Wanneer ik de hammam buitenging was ik als herboren en voelde we echt content met mezelf en met gans de wereld. Ik zou het iedereen aanraden en als ik nog de tijd heb ga ik morgen terug.

’s Avonds ga we nog een naar onze vriend arkadaş. Wanneer we vragen of hij geen gin heeft stuurt hij zijn dochter naar de winkel om een fles. Het is lang geleden dat ik zo dronken geweest ben want hij schenkt gin in limonadeglazen, doet ze bijna gans vol, en ik heb die dag al een paar biertjes gedronken. Hij draait op aanvraag Tarkan en we dansen met zijn allen op deze prachtige muziek die we ons later in de cd-winkel kopen. Mijn schoonbroer legt alles op video vast en we zijn wel benieuwd om de dag nadien in ons hotel eens te kijken.

 

Zondag 26 augustus 2001: Laatste dag arriverderci Turkia!

 

We gaan naar Aspendos. Wat we niet wisten is dat de lijnbus Manavgat – Antalya op 4 kilometer van de weg naar Aspendos stopt. Noodgedwongen moesten we een taxi nemen, waarbij de Turkse taxidrivers ons verzekerden dat er in Aspendos geen enkele taxi te vinden is om de terugweg te maken en dat we best meteen voor heen en terug betaalden. Ik vertrouwde het zaakje niet en na wat afbieden gingen we voor een one way trip. Mijn verrassing was dan ook niet groot toen er aan het amfitheater wel twintig taxi’s stonden. Een 200 Fr entree, 120 voor onze dochter van 12, en gratis voor onze dochter van 9. Boven op het amfitheater laat ik me verleiden tot het kopen van enkele ‘antieke’ munten die bij nader inzien zonder uitzondering fake blijken te zijn. Dus beste vrienden, niet kopen! Het theater van Aspendos is een mooi Romeins theater en ik heb zeer veel spijt dat ik er afgelopen woensdag de Turkse hitmachine ‘Tarkan’ niet zien optreden heb. Een feeëriek optreden in een mooi historisch kader met een oriëntaalse toets en gillende Turkse tienermeisjes had ik wel willen zien. Er zijn jammer genoeg geen dolmuşen naar de plaats waar we de bus terug moeten nemen. Blijkbaar kun je de laatste kilometers voor Apendos alleen afmalen per taxi.

Terug in Manavgat voel ik er wel wat voor om nog eens naar de hammam te gaan, en deze keer kies ik voor een andere: er is er ook ééntje vlak naast het Bilgi hospitaal. De vraagprijs is dezelfde als in de Arkaz hamman de prijs die ik uiteindelijk betaal ook. Hier is er wel een sauna en overmoedig stap ik deze zweethut binnen. Bij ons ben ik gewend van op de bovenste bank te zitten maar hier verbrandt ik ei zo na mijn poep hoewel ik een zwembroek en een dunne lendendoek om me heen heb. Deze hammam is veel luidruchtiger en minder luxueus dan de Arkaz, de massage wordt ook door een man uitgevoerd. Ik heb ooit nog gehoord van Rolfing, een pijnlijke massagetechniek waarbij je zeer hard geknepen wordt en het lijkt wel dat onze arkadaş daar in geschoold is. Als een volleerde osteopaat kraakt hij ook nog eens mijn tenen, en klopt hij op mijn rug als waande hij zich een djembéspeler in de Afrikaanse brousse.

Een laatste keer ga ik ook naar de barbier en bedenk hoe plezant ik het vind om me te laten soigneren: ik kan me hier laten wassen, laten scheren. Vooral deze badcultuur van de Turken spreekt me we hard aan.

We hebben een goede tijd gehad in Turkije maar zijn toch blij dat we kunnen vertrekken: er is precies een hittegolf op komst en zelfs de avonden worden ondraaglijk heet. Het is mooi geweest om nog eens bij zo’n vriendelijk en sympathiek volg te gast te zijn geweest.

 

 

Reacties, aanvullingen en eigen ervaringen zijn altijd welkom op het onderstaand Uunetadress:

Peter De Pauw

Gebuurweg,31

9260  Wichelen

Private E-amailaddress: peter.depauw@village.uunet.be

For work-related and urgent mails: Peter_De_Pauw@wet.recticel.be

While travelling: Recept65@yahoo.com

tel home:  052/424822

tel werk: 09/3689173

GSM:  0497/946912

Wij zijn wij?

 

Jasmine (°1989) en Margaux (°1992) met een Toscaans poesje.

Peter De Pauw (°1959) en Monique (°1959) op een Toscaans terras.